Pecs is een schoolgaande Vizsla van net iets over de anderhalf jaren oud. Ze woont in de stad Groningen en doet de opleiding Jachthond. Ze is natuurlijk als jachthond geboren, maar haar talenten moeten gestimuleerd worden, zodat ze een tevreden hondenleven kan leiden. Ik ben een van haar baasjes en volg dezelfde opleiding, maar dan de richting Jachthondenbaas, de voorjager genoemd. Samen proberen we een steeds beter team van baas en hond te vormen, zodat we plezier kunnen beleven en veilig door het (stads)leven kunnen gaan. We zoeken naar een combinatie van vrijheid en gehoorzaamheid waarmee we beiden goed kunnen leven.
Afgelopen week werden we gebeld door hondentrainer Bert met de vraag of we het weekend mee wilden op jacht. Als een soort stage vanuit de opleiding. Die kans lieten we natuurlijk niet glippen en op zaterdag stonden we, samen met trainer Bert en Cesky Fousek Ula, op een parkeerplaats achter het dorpshuis van Eexterveen in Drenthe. We stonden te wachten op een groep jagers die de agrarische velden in deze regio bejagen. Bert had geregeld dat we mee mochten jagen met deze combinatie. Een zeldzame ervaring, want je komt zelden in de gelegenheid om aan het ‘echte werk’ mee te doen. Dus zowel Pecs als ikzelf waren positief gespannen over de komende uren in deze voor ons onbekende wereld.
Als geboren en getogen stadsmens was de jacht tot voor kort een abstract begrip. Sinds Pecs vorig jaar bij ons is gekomen is dit veranderd. Pecs is een jachthond en dat vraagt toch weer een andere aanpak dan een Franse Bulldog. Ondanks het feit dat Pecs in de stad woont en winkelen erg leuk vind, is haar ras toch voor ander werk gefokt. Gelukkig zijn we bij de jachtcursus van de KNJV terecht gekomen. De standaard gehoorzaamheidscursus was niet zo goed bevallen, de lessen van Bert waren vanaf het begin een verademing voor ons. We trainen op ruime velden naast gehoorzaamheid ook op veldwerk (opsporen van wild; voor het schot) en apporteerwerk (ophalen van geschoten wild; na het schot). En juist dat zoeken van wild vind Pecs het leukst. En waar kan dat beter dan tijdens een echte jacht in het veld en dit was dus de ultieme mogelijkheid om dit te doen.
Eén voor één kwamen de jagers en de hoofddrijver aan bij het dorpshuis, waarna we op pad gingen. We hadden een aantal velden te bejagen en na de keuze over welke route door de velden moest worden genomen, stelden we ons in een linie op voor de eerste drift. Pecs en ik (met rugzak) liepen aan de linkerflank, Bert met Ula aan de rechterflank en de jonge Labrador Tessa in het midden met haar jagende baas. Vijf andere jagers liepen om ons heen en tussen ons in. De man met de stok was de drijver (ook met rugzak) en gaf het startsein om vooruit te gaan.
Dat was feest; Pecs maakte gebruik van haar instinct en de training om de linkerflank van het veld af te speuren naar interessante geuren. Soms met de kop omhoog, rennend en springend, mooie slagen van links naar rechts en weer terug, soms stukken vooruit lopend met de neus aan de grond. Zelf voelde ik me even in het diepe gegooid (Bert helemaal rechts, wie moet me nu coachen?), dus maar ‘gewoon’ doen wat ons op de cursus is geleerd: proberen Pecs met armgebaren naar links of rechts te dirigeren, om zo veel mogelijk veld af te zoeken. Maar dat is allemaal lastig zat: proberen haar te laten revieren, haar houding bestuderen of ze tekenen vertoont dat ze iets geroken heeft (kwispelstaarten), opletten of ze niet te lang aan een oud spoor blijft snuffelen, of ze niet te ver vooruit gaat. Maar vooral Pecs haar eigen ding laten doen. Zij is hiervoor gemaakt, dus niet te veel verstoren als het niet nodig is. Af en toe corrigeren met fluit en stem, alsof je er verstand van hebt.
In de eerste bietenvelden waren niet veel fazanten te vinden. Af en toe werd er een opgestoten en er werd alleen geschoten als het haantjes betrof. Hennen worden gespaard, die moeten voor nageslacht zorgen. Er viel weinig te schieten, nog wel op een haas, maar die werd gemist. Pecs heeft nog wel een tijdje het spoor gevolgd, maar zonder succes. Teruglopend door een veld mosterdzaad richting de weg bleek het bingo rechts aan de bosrand. Maar doordat we dicht bij de weg en boerderijen waren kon alleen geschoten worden als de fazanten naar achteren vlogen. Dat leidde wel tot 2 geschoten fazanten die achter in de auto van Bert gelegd werden.
Aan de andere kant van de weg lagen nog andere velden: bieten, bladkool, maïs, en oerwoud dat olifantengras werd genoemd. Hier kwamen we meer wild tegen en werd er regelmatig geschoten en doel getroffen. De geroutineerde Ula apporteerde regelmatig een haantje en ook de jonge Tessa, een 6 maanden jong talentje, haalde er een aantal binnen. En Pecs? Die zocht het veld af en stootte af en toe een fazant uit. Een keer had ze geur in de neus en ging ze steeds verder vooruit totdat ze op 80 meter van ons een fazant uitstootte, te ver weg voor de jagers. Samen met Ula ging ze achter een haas aan die in de verte achter een dijk verdween voordat de hondjes opgaven en terugkwamen. Een andere keer dacht ik dat ze te lang bleef snuffelen tussen de groenbemesting en spoorde haar aan verder te zoeken. Maar Pecs bleef staan, dus ik er toch maar naartoe. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat ze strak voorstond op een onzichtbare prooi. Zachtjes tegen haar pratend dat ze moest wachten kwam ik dichterbij en zag dat een van de jagers het tafereel ook goed in de gaten hield. Hij gaf aan er klaar voor te zijn en ik gaf Pecs aan toe te slaan. Helaas bleek het een hennetje. Deze dame kon zonder gevolgen wegvliegen. Maar wel even een moment om trots op te zijn.
Kort hierna werd een fazant aan ‘onze’ linkerflank geraakt, maar niet dodelijk. Het beest maakt een noodlanding in het naastgelegen veld en sloeg op de vlucht richting de greppel die het perceel begrensde. Direct ging een aantal jagers en de drijvers met hun honden achter deze fazant aan om hem op te sporen. Een aangeschoten dier moet wel teruggevonden worden omdat deze anders een langzame dood kan sterven. Aangezien Pecs en ik aan de linkerflank liepen waren wij, samen met de jager aan deze flank, als eerste over de eerste greppel en op zoek bij de tweede greppel. Pecs moest zoeken naar dit ‘verloren apport’. Even later stond ze voor op de dichtbegroeide greppelbodem. En daar lag inderdaad de verloren fazant verstopt. Toen de jager in de buurt kwam riep ik Pecs terug. Ik dacht, ten onrechte, dat de jager zou gaan schieten en wou mijn hondje graag uit de buurt hebben als hij dat zou doen. Maar dit gaf de fazant weer de kans om verder door de begroeiing aan ons te ontsnappen. De zoektocht werd door 3 honden voortgezet, maar de fazant had zich goed verstopt. Toen we een eindje de greppel hadden afgezocht, ging ik met Pecs naar de andere kant (iets meer tegen de wind in) een eindje terug. En ja hoor, na een paar minuten snuffelend door het water van een halve laars diep, stond ze weer voor, met haar neus in de begroeiing. Ze had de fazant weer gevonden. De rest was niet meer in de buurt en ik had geen idee wat ik moest doen. Dus riep ik dat de fazant terecht was. De fazant probeerde nog een vluchtpoging, maar Pecs liet haar prooi dit keer niet verder komen dan 2 meter voordat ze hem weer gedrukt had. Na wat aanwijzingen pakte ik de fazant met beide handen uit zijn beschutting en gaf hem aan de dichtst bijzijnde jager. Dit was de tweede, van uiteindelijk vier haantjes, die ik aan het eind van de middag in mijn rugzak had zitten. Voor mij betekende dit wel het hoogtepunt van de dag: Pecs had bewezen over een heel goede neus te beschikken en een echte speurder te zijn.
Terug bij het dorpshuis werd de opbrengst van de dag, 8 hanen en 1 hen (verkeerd gezien door de schutter), uitgestald op een muurtje. Er werden foto’s gemaakt van de jagers en hun tableau, met de trotse Pecs en Ula zittend op hetzelfde muurtje. Na de foto’s lekker een warm kop koffie en een koud glaasje Jägermeister tijdens het napraten over de belevenissen van de middag.
Pecs heeft deze middag bewezen dat veldwerk haar grote hobby is; lekker als een dartele dame zoeken en rennen, speuren en springen door het veld. Bij deze nogmaals dank aan de jachtcombinatie Eexterveen. Maandag stond Fazant op het menu.
Robert-Jan Dubbelaar